Architectenbureau Kabaz
jul 01 2017

Het totaalpakket van Kabaz

 

Het lijkt voor de hand liggend, maar er zijn maar weinig partijen die niet alleen de buitenkant en het interieur kunnen ontwerpen, maar ook het hele projectmanagement en de bouwbegeleiding op zich nemen. Kabaz is zo’n partij. “Uiteindelijk moet alles bij elkaar een kloppend concept zijn, waarbij het hele proces van A tot Z als een feestje moet voelen voor onze klanten. Concepts in Comfort!” Interview met interior designer en co-owner Bertram Beerbaum.

 

Hoe raakte jij verzeild in de wereld van design en wonen? Had jij daar op jonge leeftijd al iets mee?

“Niet dat ik me heel erg specifiek met interieur bezighield, wel was ik altijd creatief in de weer – tekenen en knutselen en zo. Mijn eerste tekencursus deed ik toen ik een jaar of zeven was. In een boek moest ik allerlei dingen natekenen. Dat stuurde ik per post op en kreeg het gecorrigeerd terug, met een cijfer. Zo ging dat toen nog.”

 

Ondanks jouw creatieve talenten vonden je docenten op het gymnasium dat je een universitaire opleiding moest gaan doen.

“Ze vonden een rechtenstudie bij mij passen, en ik neigde daar ook wel naar. Toch bedacht ik me: het was niet helemaal mijn ding. Maar om nu de kunstacademie te gaan doen, dat vond ik weer het andere uiterste. Ik koos voor de gulden middenweg en schreef me in voor de studie Com- municatie & Vormgeving in Rotterdam, hoewel dat in de praktijk eigenlijk meer om communicatie dan om vormgeving bleek te gaan. Tijdens mijn studie kwam ik in contact met iemand die in Hilversum een bedrijf in meubels in het hogere segment runde. Ik had net mijn rijbewijs gehaald en mocht spulletjes bezorgen. Vond ik gaaf, kon ik lekker rijden. Ik deed van alles: van gordijnen ophangen tot inmeten en allerlei hand- en spandiensten. Zo groeide mijn gevoel voor de wensen van de klant. Ik ging meer de winkel in en bemoeide me steeds vaker met de schetsen van interieurs en maatwerk. Mijn ontwerpen werden heel goed ontvangen en zodoende kreeg ik meer en meer vrijheid om creatief bezig te zijn met interieurdesign. De communicatiekennis kwam uit de studieboeken, de commercie en het design uit de praktijk.”

 

En na je studie ging je daar fulltime werken.

“Ik ging steeds vaker zelfstandig interieur- schetsen maken en er kwamen steeds meer mensen over de vloer die specifiek naar mij vroegen. Dat leidde er in 2002 toe dat ik 50 procent van de zaak overnam. In eerste instantie legden we ons vooral toe op interieur, eenvoudig gezegd: waar komt de bank te staan? Maar klanten begonnen ons ook te benaderen voor bijvoorbeeld een grotere keuken. Daarom besloten we in 2004 om ook echt ontwerpen te gaan maken en meer richting architectuur te gaan. Welke muren kan je wel en niet weghalen? Hoe kun je een stukje uitbreiden? Dat soort dingen. Maar goed, bouwkunde en architectuur zijn toch wel heel andere vakken dan interieur. Daarom hebben we er een architect bij betrokken, André de Vos, die nog altijd mijn compagnon is. Toen konden we het totaalpakket aanbieden: architectuur en interieur. Dat klinkt misschien voor de hand liggend, maar er zijn maar heel weinig mensen die de buitenkant én de binnenkant doen, die bouwkundige zaken, routing, licht, zicht, gevels, enzovoort combineren. Veel architecten hebben zoiets van: ‘Ik teken gewoon een huis met een woonkamer van honderd vierkante meter. En als dat klaar is, dan laat je je maar door een interieurarchitect vertellen waar je de bank neer moet zetten.’ Maar uiteindelijk moet alles bij elkaar wel kloppen. Het moet in balans zijn. Want je kan wel een woonkamer van honderd vierkante meter hebben, maar als daar zeven deuren op uitkomen, dan is het helemaal geen woonkamer, dan is het een hal, want dan lopen er de hele dag mensen doorheen. Dan kan je de bank nog zo perfect neerzetten, maar dan wordt het nooit een lekkere woonkamer.”

 

Sinds 2013 heeft jullie bedrijf een andere naam.

“Toen de vorige eigenaar afscheid nam, voelde het voor André en mij als een soort van nieuwe start. Daar hoorde een nieuwe uitstraling bij. Voorheen werd vaak nog gekeken naar wat an- dere ontwerpers deden. We hadden nu genoeg kennis en ervaring om zelf iets neer te zetten en wilden niet meer zozeer achter anderen aanlopen. Het verleden hadden we afgesloten, dus was het logisch dat we onder een nieuwe naam zouden doorgaan.”

 

Hoe zijn jullie op Kabaz gekomen?

“We gingen met een aantal creatieven brainstormen. Onze pay-off ‘Concepts in Comfort’ hadden we eerder dan de naam. Comfort is wat we verkopen: het comfort van het huis dat we maken, het comfort in het proces naar het ontwerp toe, het comfort van de uitvoering – tot en met de bloemen op tafel. Daarna gingen we met de naam aan de slag. Dat was niet eenvoudig. We doen zowel nieuwbouw, verbouwingen als interieur, dus we wilden niet iets met bijvoorbeeld alleen architectuur in de naam. André en ik wilden ook niet iets in de trant van Beerbaum & De Vos, want we doen het met vijfentwintig mensen. We bedienen bovendien zowel de zakelijke als particuliere markt, dus de naam moest ook niet te zakelijk of te huiselijk worden. Het moest een soort fantasienaam worden. Uiteindelijk hadden we een sessie op de hei georganiseerd met het voltallige personeel. Iedereen moest in een zinnetje weergeven wat volgens hem of haar architectuur is. Van al die verschillende zinnen hebben we één zin gemaakt: ‘de Kern van Architectuur is de Bewustwording van onze Alledaagse zoektocht naar ruimte om ons heen en in ons Zelf.’ Daar hebben we de vijf letters uitgehaald die samen Kabaz vormen.”

 

Hoe waren de reacties?

“In het begin hebben we wel wat opmerkingen gehad. Bijvoorbeeld: ‘Oh, dat lijkt op broodje kebab, haha.’ Maar het is een lekker stoere naam. Meteen duidelijk. Onderscheidend. En niet on- belangrijk: de naam was nog vrij op internet. De voormalige eigenaar van VakantieVeilingen.nl, Michael van Beers, voor wie we eens een huis hadden gebouwd, heeft ervaring in het neerzetten van internetconcepten en wilde ons daarbij helpen. Hij heeft 20 procent van de aandelen gekocht en ervoor gezorgd dat op internet iedereen in no time wist wie Kabaz was. Ik geloof dat we in een maand tijd drie miljoen views hadden. Dat heeft-ie zo handig gedaan!”

 

Gebruik je internet meer om het bedrijf toonbaar te maken of ook voor daadwerkelijke verkoop?

“Bij Kabaz draait het met name om de toonbaarheid, ervoor zorgen dat mensen ons weten te vinden. In het exclusieve segment waarin wij opereren, koopt de klant niet via het internet. Naast Kabaz zijn we een iets toegankelijkere lijn begonnen, waar we mijn naam aan hebben verbonden. Die lijn verkopen we wel op het internet. Daar zit een visie achter: wij steken heel veel energie in een uniek object, bijvoorbeeld een deur of een tafel. Als het bij dat ene object blijft, is het best wel zonde van al die energie die daarin is gestoken. Daarom maken we daar een versimpelde versie van, met net iets andere materialen of een iets eenvoudigere vormgeving, waar we anderen ook blij mee kunnen maken.”

 

Waarom heb je jouw naam daaraan verbonden?

“We hebben bewust mijn naam eraan verbonden, omdat ik nog wel eens wat mag doen op televisie. En wij hebben gemerkt dat juist in dat segment elke dag mensen googelen van: ‘Wat doet die Bertram Beerbaum nu eigenlijk?’ Dan komen ze bij Kabaz terecht en raken ze geïnteresseerd. Maar die mensen moeten we eigenlijk allemaal teleurstellen. Bij Kabaz doen we geen keukens van 15.000 euro, maar inmiddels zijn we druk bezig om onder Bertram Beerbaum een keukenlijn te ontwikkelen die wel bereikbaar is voor een veel grotere groep mensen. Dus door de Bertram Beerbaum-lijn worden we toegankelijker en bovendien vindt men een persoonsnaam vaak prettig. Het geeft een vertrouwd ge- voel. Ze hebben bij Bertram Beerbaum gekocht en die hebben ze de avond ervoor nog op televisie gezien. Klinkt misschien gek, maar dat is wel de praktijk.”

 

Jullie hebben een ontwerpstudio in Hilversum.

“Dat is een heel industriële plek. Die noemen we ook wel het laboratorium. Het is een witte ruimte, een heel creatieve omgeving, waar zelfs nog oude tekentafels staan – zowel André als ik tekenen veel met de hand. Dat vind ik eigenlijk nog steeds het allerleukste om te doen. Ook al komt het er natuurlijk steeds minder van. Maar ik of André proberen toch wel bij alle opdrachten, zeker in het begin van het creatieve proces, zelf aanwezig te zijn. Schetsen, rollen papier, persoonlijk werk ik het beste uit de hand met plattegronden en perspectiefjes.”

 

Sinds begin 2016 hebben jullie ook een atelier in Laren. Vanwaar?

“Omdat we nog iets extra’s wilden behalve ons witte laboratorium. Want uiteindelijk wil je ook laten zien wat je doet. Vroeger was ons uitgangspunt dat we ons niet verbonden aan één specifieke stijl. Daarom kozen we expres voor een groot wit pand, waar iedereen zich thuis kon voelen en waar we alles konden maken. Maar met Kabaz hebben we wel degelijk een bepaalde stijl, namelijk dat alles bij elkaar klopt. Akoestiek, licht, architectuur, zicht: alles is op elkaar afgestemd. Daar kun je verschillende invullingen aan geven, maar dat is wat in onze ontwerpen terugkomt en wat ons onderscheidt van andere ontwerpers. Het totaalpakket.”

 

Alles in één?

“Ja. De combinatie van creatieve en technische mensen. Dat is hartstikke spannend, want die maken over het algemeen snel ruzie met el- kaar. Je ziet namelijk vaak dat eerst de creatieve mensen ergens naar kijken, en als die klaar zijn, gaan de technische mensen ernaar kijken. Dan blijkt vaak dat die plannen niet kunnen worden uitgevoerd, dat het te duur is, en dan moeten die technische mensen het aanpassen. Maar wij hebben ze gewoon onder één dak gestopt, zo van: ‘Prima dat jullie tien minuten per dag met elkaar ruziemaken, maar de rest van de tijd gaan jullie samenwerken.’ Uiteindelijk levert dat een soort snelkookpan van creativiteit en techniek op. In het atelier in Laren kun je zien wat we doen, daar maken we Kabaz zichtbaar.”

 

Hoe pak je zoiets aan? Het pand moest toch meteen jullie visitekaartje zijn.

“Het is de mooiste plek van Laren. Maar het pand zoals het was, dat was echt een ramp. Het was vroeger een tankstationnetje, met een garage en een smeerput. De achterwand was helemaal dicht; de meeste mensen wisten niet eens dat daar een tuin was. Vroeger lagen daar onderdelen en autobanden opgestapeld. Niemand kon er doorheen kijken, maar wij vonden het heel mooi en zijn ermee aan de gang gegaan. Dan wil je inderdaad de mooiste dingen laten zien, en specifiek de combinatie van wat je doet. En het leuke is: als je met mensen in gesprek gaat, kun je hier over alles iets vertellen. Over de lamp, de tafel, het natuursteen, de plinten, de houten vloer… Over alles is een verhaal te vertellen. Met name de combinatie van al die verhalen maakt dat het een uniek interieur is. En dat is precies wat we voor mensen willen maken.”

 

Leer als bekleding op de trap, een lichtgevende scheur in het plafond… Bedenk je zulke dingen zelf of heb je die ergens gezien?

“Een combinatie van die twee. Die scheur in het plafond, dat is een lamp van Flos. Ik kwam hem tegen in hun fabriek, ingebouwd in de wand. Ik dacht: dat is misschien een leuk ding voor het plafond. Je ziet iets en bedenkt een andere toepassing. Ik liet zo’n lamp hiernaartoe komen. Maar had me niet gerealiseerd dat hij 300 kilo weegt. Dat was geen kwestie van een paar schroeven in de gipsplaten draaien. Gelukkig hebben we goeie technische mensen in dienst. Wij zijn momenteel bezig met een prachtig huis in Rotterdam. Daar komt zo’n lamp in het plafond en één in de muur, in de keuken, speciaal op maat gemaakt. Wat ik leuk vind aan die lamp, is dat er een verrassingselement in zit. Hij heeft goud aan de binnenkant, wat hem een beetje een blingblingding maakt. Maar het feit dat het een scheur in het plafond is, maakt hem juist weer rauw en stoer. Dat roept een bepaalde spanning op die ik leuk vind in een interieur.”

 

Je showroom is net af. Maar ís die wel ooit af?

 “Wij proberen dingen te maken die niet binnen een half jaar uit de mode zijn. We zijn gewoon niet zo van de trends. Als licht, zicht en verhoudingen kloppen, raakt het nooit uit de mode. En of je er dan het ene of het andere kleurtje bank in zet, vind ik niet zo interessant. De basis moet goed zijn.”

Dus als jullie een interieur aanpakken, kijken jullie eerst naar licht, zicht en verhoudingen? “Ja. Zo moet een woonkamer, of family room, een plek zijn waar je je rust kan vinden, waar je je geborgen en warm voelt, waar je onderuit kunt met een goeie film of met een glas wijn aan de open haard. Daarentegen is de keuken een actiever gedeelte van het huis. Daar wordt gekookt, koffie gezet, zit je met familie of vrienden tot laat te eten en te borrelen. Daar speelt het leven zich af. Het klinkt misschien een beetje conceptueel, maar het gevoel moet kloppen. Het is moeilijk om dat te omschrijven, maar heeft alles met dat totaalconcept te maken.”

 

Hoort kunst ook bij het totaalconcept?

“Kunst vind ik een van de moeilijkste dingen in het interieur, omdat die de persoonlijke touch maakt. Je kunt veel dingen bedenken, en ook richting aangeven wat kunst betreft – bijvoorbeeld: ‘Ik zou het mooi vinden om in de hal een groot stuk op te hangen’ –, maar ik wil klanten uitnodigen daar ook zelf mee aan de gang te gaan, om zelf kunst en familiestukken aan te dragen. Dat je die onderdeel laat zijn van het interieur. Grootmoeders klok in een moderne setting? Misschien is het wel mooi om hem in een zwart geschilderde nis te zetten. Op die manier maak je in de architectuur van zo’n pand ruimte voor zo’n stuk. Laatst was ik bij een klant die een hele rij van die blauwe KLM-huisjes had staan. Ik vind ze verschrikkelijk en stelde voor om ze mat grijs te spuiten – dan doe je er iets anders mee. Dat vond die klant niet zo’n goed idee. Uiteindelijk heb ik ze allemaal, precies passend, bij elkaar in een glazen box gezet, waardoor het één object werd in plaats van veertig kleine dingetjes.”

 

Zijn er ook projecten die jij, als ze buiten jouw smaak vallen, liever niet doet?

“Zolang het bij elkaar past, wil ik alles doen dat buiten mijn smaak valt. Ik zou bij mij thuis nooit een klassiek interieur maken, maar voor klanten hebben we dat wel gedaan. Zwaar klassiek, met Engelse bibliotheken, oude kunst, Chester- fields… Als het maar op elkaar afgestemd is.”

 

Is dit atelier ook een showroom voor partijen waarmee jullie samenwerken?

“Zeker. Die manier van samenwerken vinden wij heel mooi. Als hier mensen binnenkomen die de tentdoeken die op ons terras staan, graag willen hebben, dan is dat leuk voor die mensen, voor onze partners en voor ons. Want dan zeggen wij: ‘Die tent kan je wel op je klinkerterras neerzetten, maar zonder knappe buitenmeubelen krijg je niet dat sfeertje dat wij hier hebben. Als je wilt, komen we graag langs en maken we een ontwerp voor het terras.’ Dan maken wij een lekker verandasfeertje. Met kussens, doeken… Het is niet zo moeilijk om mooie dingen te verzamelen, maar wel om ze op elkaar af te stemmen. Zo krijg je een terras of interieur dat goed voelt, zonder dat je exact de vinger erop kan leggen hoe dat komt. Dat is onze toegevoegde waarde.”

 

Een van de partners met wie je samenwerkt, is Eric Kuster. Hoe vullen jullie elkaar aan?

“Eric is heel erg op creativiteit gefocust en heeft meer moeite met het vertalen van zijn ideeën naar techniek en uitvoering. Hij wil gewoon een concept neerzetten en er daarna niks meer mee te maken hebben. Wij helpen hem met de techniek, de architectuur. Op zijn beurt heeft Eric mij laten zien dat als wij klaar zijn met een interieur, hij daar nog een ideale finishing touch aan kan geven. Dat gaat over een stukje styling, over het toepassen van net iets andere kleuren en materialen.”

 

Eric gaat de hele wereld over, jullie zitten hoofdzakelijk in Nederland.

“Wij vinden een project in Amsterdam handiger dan in bijvoorbeeld Dubai. Dus ik ben er niet zo happig op om allerlei dingen in het buitenland te doen. Met ons team zijn wij hartstikke druk hier. 80 procent van wat wij doen, vindt plaats in Nederland.”

 

Winston gaat een nieuw huis neerzetten in Blaricum. Wat ga je voor hem betekenen?

“De grap is, en dat vind ik wel leuk: Winston is een beetje een control freak, maar dan op een positieve manier. De tekeningen van zijn nieuwe huis heeft hij door een andere architect laten maken. Toch kwam hij op een gegeven moment bij mij, omdat hij voelde dat een paar dingen niet klopten. Hij zei: ‘Ik heb gehoord dat jij razendsnel de dingen kan neerzetten met een schetspapiertje. Zullen we even samen gaan zitten en tekenen?’ Hij wilde dat samendoen, zodat hij het in de hand kon houden. Hij wilde mij er alleen zijdelings bij betrekken. Het moet echt zijn huis worden, een droompaleisje voor zijn gezin. Hij zou het liefst nog zelf het metselwerk doen. Ik heb hem ervan overtuigd dat ik me er toch echt eerst in moest verdiepen. Na een paar keer sparren kwam ik met een schetsontwerp, waarvan alleen de routing anders is. Nu moet het nog verder uitgewerkt worden, ook de elektra en verlichting. Maar Winston maakt liever zelf een verlichtingsplan dan dat hij mij ernaar laat kijken. Die spanning zit heel erg tussen ons in. En nee, het is niet vervelend als een klant dat doet. Bij hem vind ik het zelfs leuk, omdat hij er ook best goed in is, moet ik eerlijk zeggen. Terwijl hij er eigenlijk geen achtergrond in heeft en er geen tijd voor heeft. Toch vreet hij zich erin vast. Volgens mij zit hij avonden achter elkaar te tekenen. Hij zit erbovenop. Het wordt echt zijn thuis.”

 

Welke ruimte in het huis vind jij de grootste uitdaging?

“De badkamer. Omdat je daar een aantal functionaliteiten wilt hebben, die heel specifiek op maat aankomen. Een bad heeft een bepaalde maat, een kraan. Er zit veel techniek in een relatief kleine ruimte. Je verblijft daar op een andere manier dan bijvoorbeeld in een keuken. In een badkamer wil je even in een andere wereld terechtkomen, het is een plek om tot rust te ko- men. Die ‘andere wereld’ kun je vormgeven met bijvoorbeeld natuursteen en licht. Op de centimeter nauwkeurig mooie dingen maken. Dat vind ik altijd wel een uitdaging. Verder vind ik het vooral heerlijk om lekkere keukens te ma- ken. Dat is toch wel een beetje het speerpunt bij ons: mooie keukens waarin echt geleefd wordt.”

 

Pak jij liever een grote of kleine woning aan?

“Allebei. Klein is vaak uitdagender, maar groot is niet per se makkelijker. Ik heb weleens met mensen te maken die iets te enthousiast raken, zeker als de financiën geen rol spelen. Dan willen ze ook nog een bioscoop, een bibliotheek, een speelkamer. ‘Ga je die echt gebruiken?’ vraag ik dan. Begrijp me niet verkeerd, een bioscoop kan een verrijking zijn. Maar verwacht nu niet dat je er elke dag gaat zitten. Waar het bij mij vooral om draait, is dat ik een huis wil maken waarin daadwerkelijk wordt geleefd.”

 

Welke projecten staan er momenteel op stapel?

“We zijn bezig met vijf appartementen in La- ren: vier van dik 300 en een penthouse van 500 vierkante meter, met twee open haarden in de hal om je meteen bij binnenkomst een huiselijk gevoel te geven. Verder zijn we bezig met een boerderij van 900 vierkante meter. Hij is dusdanig verzakt dat je denkt: breek de boel maar af. Maar het wordt een heel modern interieur in een huis waarvan de architectuur helemaal intact is gehouden. En we zijn bezig met een watertoren. André en ik vinden herbestemmingen altijd leuk: dan kun je duidelijk laten zien wat het was en wat het geworden is.”

 

Voor een keuken van 15.000 euro hoef je bij Kabaz niet aan te kloppen. Waarvoor wel?

“In principe voor verbouwingen vanaf 200.000 euro en nieuwbouw vanaf een miljoen. Dat we geen keuken van 15.000 euro doen, is niet omdat we ons daar te goed voor voelen. Het punt is dat we dan niet kunnen zorgen dat ook de routing en het lichtplan kloppen. Het gaat ons om de totale beleving, en met alleen een keuken neerzetten lukt dat niet. Maar daar werken we nu aan binnen de Bertram Beerbaum-lijn. Zowel met bereikbare en betaalbare producten, als met een concept waarbij we een schetsontwerp maken op basis van de sfeer die de klant wil. Die kan dan die schets gebruiken om de plannen verder uit te werken met eigen uitvoerende partijen.”

 

Waar wil je over tien jaar staan?

“Kabaz moet vooral het exclusieve Gooise architectenbureau blijven. Als je ziet hoeveel aanvragen we krijgen, zouden we heel makkelijk kunnen groeien. Maar André en ik merken dat onze opdrachtgevers heel blij worden van het persoonlijke contact met ons. En dat snap ik. Want als mensen zo veel geld uitgeven, dan willen ze niet geholpen worden door iemand anders. Wij willen hen die aandacht kunnen blijven geven. Dus over tien jaar zullen wij niet heel veel groter zijn dan nu. Wel denken wij dat we kunnen uitbreiden in samenwerkingen. Zo zou ik het ook te gek vinden om met Jan des Bouvrie, Remy Meijers en Marcel Wolterinck samen te werken. Ik vind dat zij heel mooie dingen maken, weer op een heel andere manier dan wij dat doen. In dat proces van verschillende technieken kunnen wij denk ik heel veel van elkaar leren en elkaar versterken.”

 

Architectenbureau Kabaz in de media

Download magazine

Share Post